Specialiseren of niet?

Kan je je als psycholoog best specialiseren of niet? Een moeilijke vraag waar geen eenduidig antwoord op bestaat. Ook ik heb er over getwijfeld toen ik ging starten als zelfstandige: kinderen of volwassenen, enkel scheidingssituaties of ook andere problematieken… Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen het heel breed te houden en werk ik nu met kinderen én volwassenen met uiteenlopende problematieken. Vandaag vertel ik jullie hoe ik tot die keuze gekomen ben en hoe ik het nu ervaar.

Kinderen of volwassenen?

Tijdens mijn stage in het CGG heb ik het geluk gehad dat ik zowel in het kinderen- en jongerenteam als in het volwassenenteam mocht meelopen, zodat ik van beide doelgroepen eens kon ‘proeven’ en op basis daarvan kon bepalen wat ik het leukste vond of wat mij het beste lag. Vooraf had ik toch wel een lichte voorkeur voor kinderen, ten eerste omdat ik graag met kinderen bezig ben en ten tweede omdat ik dacht dat ik me daar comfortabeler bij zou voelen als jonge en beginnende psycholoog. Het leek me eerst zelfs wat vreemd om mensen in therapie te hebben die een stuk ouder zijn dan ik, ten eerste omdat ik dacht dat ik dan zelf onzeker zou zijn en ten tweede omdat ik dacht dat veel volwassenen dat zelf niet zo fijn zouden vinden en al snel bevooroordeeld zouden zijn, terwijl kinderen niet zo beseffen dat je nog jong en ‘onervaren’ bent. Ik heb het op mijn stage ook één keer meegemaakt dat iemand zei dat ze liever niet bij mij in therapie wilde omdat ik zo jong was.

Toch merkte ik tijdens mijn stage dat ik het ook heel fijn vond om therapie aan volwassenen te geven. Bij volwassenen kan je op een directe manier werken, je kan hen een spiegel voorhouden en hen met zichzelf confronteren wanneer nodig, en je kan hen via gesprek tot nieuwe inzichten brengen. En dat vind ik heel fijn om te doen. Hoewel ik dat vooraf niet had gedacht, vind ik werken met kinderen eigenlijk moeilijker. Met kinderen moet je vaak gaan zoeken naar een manier waarop je hen dingen duidelijk kan maken of kan laten brengen zonder te direct en te confronterend te zijn. Het is een meer voorzichtige en speelse aanpak, maar het moet natuurlijk ook effect hebben. Bovendien zijn kinderen nog niet volledig zelf verantwoordelijk voor hun leven en spelen de ouders (en andere mensen in hun naaste omgeving) ook een belangrijke rol. Soms blijkt zelfs dat het meer nodig is om met de ouders te werken dan met het kind zelf. Dat maakt het natuurlijk allemaal ingewikkelder.

Toen ik als zelfstandige begon dacht ik er eerst toch nog over om enkel met kinderen (en jongeren, hoewel die doelgroep me eerst ook wat afschrikte) te gaan werken, omdat ik me daar toch nog steeds wat comfortabeler bij voelde, zeker nu ik er helemaal alleen ging voorstaan. Maar uiteindelijk ben ik blij dat ik dat niet gedaan heb. In mijn eigen praktijk is ongeveer 90% van mijn cliënteel tot nu toe volwassenen geweest en hoewel ik er wat bang voor was gaat me dat eigenlijk heel goed af. Soms zie ik zelfs koppels, wat ik ook heel fijn vind. Ook heb ik al een paar jongeren gezien, en ondanks dat die doelgroep me voor en tijdens mijn stage wel wat afschrikte, vind ik het nu ook heel fijn om met jongeren te werken. Jonge kinderen heb ik tot nu toe eigenlijk nog niet zo vaak over de vloer gekregen in mijn praktijk, maar de begeleidingen die ik al gedaan heb vond ik ook heel fijn. Uiteindelijk ben ik dus heel blij dat ik (nog) niet voor één bepaalde doelgroep gekozen heb en vind ik de afwisseling net leuk.

Beperken tot bepaalde problematieken?

Ook qua problematieken heb ik op mijn stageplaats heel uiteenlopende situaties gezien. In een CGG kunnen mensen namelijk met allerlei problemen terecht, en daarom vind ik dat ook echt een aanrader voor een stageplaats als je graag therapie wil geven en met een brede waaier aan problematieken kennis wil maken. Ik heb kinderen gezien met ADHD, ASS, laag zelfbeeld, faalangst, volwassenen met een trauma, moeilijkheden in hun relatie, rouwverwerking, noem maar op. Toch is er één specialisatie waar ik op mijn stage heel veel over geleerd heb, en dat zijn conflictueuze scheidingssituaties. Één van mijn stagebegeleidsters was hierin gespecialiseerd en zag bijna uitsluitend kinderen, jongeren en ouders in deze context. Ik mocht heel veel met haar meelopen en uiteindelijk ook zelf een heel aantal van die situaties begeleiden, en dat vond ik echt ontzettend fijn om te doen. Ik heb er zelf ook aan gedacht om me in deze problematiek te specialiseren aangezien ik daar toch best wel al wat ervaring mee had én natuurlijk ook omdat ik het heel interessant vond en graag deed. Uiteindelijk heb ik het niet gedaan, vooral omdat ik bang was zo moeilijker cliënten te vinden. Als je geluk hebt en voldoende reclame maakt kan je met een bepaalde specialisatie volgens mij wel veel cliënten bereiken, maar anderzijds denk ik dat het toch makkelijker is als je het wat breder houdt. Uiteindelijk heb ik ook vooral besloten om het breed te houden omdat ik bij een huisarts werk die ook cliënten naar mij zou doorverwijzen, en dan is het natuurlijk makkelijker als ik gewoon ‘alles’ doe. Wat ik niet snel aanneem zijn heel concrete problematieken waar je heel gedragsmatig en volgens bepaalde protocollen te werk moet gaan, zoals fobieën, stoppen met roken, een specifieke verslavingsproblematiek, bedplassen… Tenzij er echt een context rond zit waar ik mee kan werken. Ik werk voornamelijk met een cliëntgerichte aanpak en hou niet zo van vaste protocollen en problematieken waar weinig achtergrond of diepgang in zit. Dat maakt het natuurlijk soms wel moeilijker, want elke persoon en elk verhaal is uniek, dus ook elke therapie is anders, maar dat vind ik net zo interessant. En uiteindelijk is het wel allemaal een soort van cliëntgerichte gesprekstherapie waarbij ik probeer mensen via gesprek tot nieuwe inzichten te brengen, dus in die zin is het allemaal wel een beetje hetzelfde.

Van alles een beetje maar van niets alles?

Een voordeel van specialiseren is dat je in één bepaalde problematiek of doelgroep heel erg thuis bent en er veel kennis van hebt en ervaring mee opdoet, waardoor je het waarschijnlijk ook sneller ‘goed kan’. Ik denk dat sommige mensen al snel het idee hebben dat je van alles een beetje maar van niets alles kent als je je niet specialiseert. En misschien is dat ook wel een beetje zo, maar zoals ik daarnet al zei dit het hem vooral in de houding die je aanneemt als therapeut en het feit dat je mensen een spiegel voorhoudt en tot nieuwe inzichten brengt, wat hun verhaal ook is. Bovendien vind ik het ook gewoon heel erg leuk om telkens een heel ander verhaal te horen, om mensen als unieke personen te leren kennen, om mijn aanpak een beetje af te stemmen op de persoon of de situatie. Ik denk dat ik het misschien wel al snel beu zou worden als ik altijd hetzelfde zou horen… Ik ben alleszins blij dat ik kan ervoor gekozen heb om al mijn mogelijkheden open te houden zodat ik kan verkennen wat ik leuk vind, want het is pas door iets te doen dat je iets echt kan ontdekken. Wie weet dat ik er later toch nog voor kies om me ergens in te specialiseren, maar tot nu toe vind ik het heel erg leuk zoals ik bezig ben.

Wat vind jij: specialiseren of niet?

Laat hier een reactie achter