Vijf wijze lessen uit het boek ‘Therapie als geschenk’

Toen ik pas startte als zelfstandig psychologe wilde ik toch graag wat lezen over therapie, om er weer wat in te komen, wat bij te leren en vooral om me wat sterker te voelen. Ik ging een kijkje nemen in de plaatselijke bibliotheek en koos het boek ‘Therapie als geschenk’ van Irvin Yalom uit, een boek dat me ooit aangeraden werd door één van mijn stagebegeleidsters maar waar ik nog niet toe gekomen was. Ik moet toegeven dat het boek me op het eerste zicht ook niet heel erg aansprak, maar uiteindelijk ben ik heel blij dat ik het gelezen heb. Het boek bevat 85 tips voor psychotherapeuten en is een echte aanrader voor beginnende psychologen! In dit artikel deel ik met jullie vijf wijze lessen die ik eruit meegenomen heb.

1) Therapie moet niet gebaseerd zijn op theorie, maar op relatie

Als ik vertel dat ik als zelfstandig psycholoog werk, wordt me vaak gevraagd – vooral door medepsychologen die meestal zelf geen therapie geven –  op welke theoretische principes ik me dan baseer. Eerlijk? Geen idee. Natuurlijk heb ik dankzij mijn studie wel een theoretische achtergrond opgebouwd die ik vooral onbewust wel zal gebruiken in mijn werk, maar het is niet dat ik echt met theoretische concepten bezig ben. Ik doe heel veel intuïtief en op basis van therapeutische basisvaardigheden. Het deed me dan ook deugd om te lezen dat ook Yalom, een therapeut met jarenlange ervaring, zijn therapie niet echt op theorie baseert. Hij hecht veel belang aan de therapeutische basishouding: betrokkenheid, medemenselijkheid, openheid en gelijkwaardigheid. De therapeut en cliënt leven eenzelfde soort leven en de therapeut mag ook voor zijn menselijkheid uitkomen, wat de relatie en therapie ten goede komt.

Yalom legt in zijn boek heel sterk de nadruk op de relatie met de cliënt, waardoor ik zelf ook het belang daarvan nog meer ben gaan waarderen. Hij spreekt over een intieme relatie die een enorme therapeutische waarde kan hebben. Het feit dat de cliënt zichzelf helemaal blootgeeft en toch volledig geaccepteerd wordt door de therapeut kan heel veel betekenen. Ergens kan ik me hierin vinden, anderzijds denk ik ook dat hij de therapeutische relatie toch wat overschat. Ten eerste blijft de therapie nog altijd de job van de therapeut en zal een cliënt dat volgens mij ook altijd een beetje zo zien. Hoe gemeend je empathie ook is, de relatie blijft toch altijd gedeeltelijk professioneel en dat kan ook moeilijk anders, want anders ga je als therapeut over je grenzen heen. Ten tweede denk ik dat veel cliënten gewoon blij zijn dat ze ergens terecht kunnen en dat het hen niet zoveel uitmaakt wie de therapeut nu eigenlijk is. Ze komen toevallig bij iemand terecht en zijn blij dat er iemand tijd maakt om naar hen te luisteren en hen te helpen, en natuurlijk moet het wel klikken en moet de cliënt zich goed voelen bij de therapeut, maar verder blijft de therapeut voor de meeste cliënten volgens mij gewoon de therapeut. Volgens Yalom moet je als therapeut veel aandacht hebben voor de therapeutische relatie en je cliënt ook regelmatig vragen hoe hij deze relatie ervaart. Door dit te lezen besloot ik dit eens aan één van mijn cliënten te vragen, diegene die al het langste bij me kwam en met wie ik dus al de beste band zou moeten hebben, en hij zei wel dat hij vond dat het goed zat, maar eigenlijk zei hij vooral dat hij het net fijn vond om tegen mij alles te kunnen vertellen omdat het hem eigenlijk niet zoveel uitmaakt wat ik van hem denk, omdat we elkaar buiten de therapie niet kennen. Hij zei letterlijk: ‘als ik zou voelen dat het niet meer goed zou zitten zou ik gewoon niet meer komen en bij iemand anders gaan’. Eerst kwam dat nogal hard binnen, maar nadien besefte ik dat dat misschien niet zo abnormaal is. Als ik denk aan mijn supervisor bijvoorbeeld, vind ik het ook vooral fijn dat ik iemand heb die me raad kan geven en naar me luistert, maar of zij dat nu is of iemand anders, dat maakt me op zich misschien ook niet zo veel uit… Wat ik wel belangrijk vind is dat mijn cliënten zich echt op hun gemak voelen bij mij, het gevoel hebben dat ik hen kan helpen en me volledig vertrouwen. Dat toets ik dan ook regelmatig. Maar volgens mij is de persoon van de therapeut wel vervangbaar. Iemand anders die hetzelfde werk kan doen en dezelfde resultaten bekomt is even goed, er is verder volgens mij niet zo’n sterke persoonlijke band. Nu schrijft Yalom wel dat hij veel cliënten jarenlang in therapie heeft, en dan is het misschien wel een ander verhaal…

2) Het belang van betrokkenheid, waardering en acceptatie

Yalom geeft in zijn boek aan dat het helpend is als je als therapeut je betrokkenheid en waardering voor je cliënt laat blijken. Cliënten zouden heel erg aan zelfvertrouwen kunnen winnen als ze voelen dat ze gewaardeerd en geaccepteerd worden door iemand die hun zwakke plekken kent. Blijkbaar zou die exclusieve aandacht, betrokkenheid, waardering en acceptatie bij de cliënten zelfs beter blijven hangen dan bepaalde inzichten die ze opdoen in de therapie. Zelf merk ik dat er veel cliënten met een laag zelfvertrouwen bij mij komen. Volgens mij meestal onterecht, want het zijn vaak zo’n goede mensen die net heel trots op zichzelf mogen zijn. Ik probeer dan ook altijd mijn oprechte waardering naar mijn cliënten toe te uiten en hoop ook dat het toch wat binnenkomt en hen kan helpen. Soms vraag ik me wel af of cliënten niet denken dat ik dat gewoon doe ‘omdat het mijn werk is’, maar dat is echt niet zo. Als het niet oprecht is zou ik het ook nooit zeggen. Ook je betrokkenheid laten blijken door bijvoorbeeld te zeggen dat je aan hen gedacht hebt (als dat echt zo is natuurlijk) of hen eens opbellen in een moeilijke periode kan helpen.

 3) Stel geen diagnose.

Zoals ik in een vorig artikel al schreef ben ik zelf geen fan van psychische diagnoses en zal ik ze dan ook zelden gebruiken. Yalom is het hier volledig mee eens – hoewel hij zelf psychiater is! – en stelt dat diagnoses tot een self-fulfilling prophecy kunnen leiden en dus contraproductief kunnen zijn. Bovendien erkennen diagnoses cliënten niet in hun unieke persoonlijkheid en doen ze hen dus geen recht aan, wat ik ook al schreef in het artikel ‘Mijn visie op psychische diagnoses’. Ik was dus heel blij om ook op dit vlak bevestiging te krijgen van een therapeut met jarenlange ervaring.

4) Werken met het hier-en-nu

Iets waar ik zelf eigenlijk nog niet zo bij stilgestaan had maar wat Yalom wel heel erg stimuleert, is werken met het hier-en-nu. Daaronder verstaat hij alles wat er tijdens de therapeutische sessies en in de therapeutische relatie gebeurt. Hij gaat er namelijk van uit dat de interpersoonlijke problemen van de cliënt ook tot uiting zullen komen in de therapeutische relatie, zoals bijvoorbeeld zich voortdurend verontschuldigen, zenuwachtig zijn, verlegen zijn, arrogant zijn, oppervlakkig zijn,… De therapeut moet op zoek gaan naar equivalenten van de problemen van de cliënt in het hier-en-nu, zodat de therapeut het zelf kan ervaren, benoemen en hier vanuit zijn eigen gevoelens op kan reageren. De gevoelens die jij als therapeut ervaart zal iemand anders in relatie met de cliënt waarschijnlijk ook ervaren en leveren dus rijke informatie op. Wel moet je hierbij opletten voor je eigen blinde vlekken en je steeds afvragen of de cliënt die gevoelens daadwerkelijk bij je oproept of dat ze opgeroepen worden door je eigen gevoeligheden. Nog een voordeel van werken met het hier-en-nu is dat je dan als therapeut niet afhankelijk bent van het (soms vertekende) beeld dat de cliënt je geeft, want je ervaart het immers zelf. De bedoeling is dan natuurlijk het ook dat je als therapeut de gevoelens die de cliënt bij je oproept ook teruggeeft op een manier dat de cliënt het kan aanvaarden en er iets mee kan doen.

5) Zelfonthulling van de therapeut leidt tot zelfonthulling van de cliënt

Volgens Yalom moet de therapie een authentieke menselijke ontmoeting zijn. Authentiek wil zeggen eerlijkheid. Yalom gaat er van uit dat de therapeut zelf ook eerlijk moet zijn ten opzichte van de cliënt als hij wil dat de cliënt eerlijk is ten opzichte van hem, want zelfonthulling van de therapeut leidt tot zelfonthulling van de cliënt.

Ten eerste moet de therapeut eerlijk en open zijn over de therapeutische ‘techniek’. Wat de therapeut wel en niet kan, welke uitgangspunten hij gebruikt, op welke manier hij de cliënt wil proberen te helpen, wat de cliënt wel en niet kan verwachten,… Ook wanneer de therapeut het even niet meer weet of het misschien beter anders had aangepakt kan hij daar best eerlijk over zijn naar de cliënt toe. Op die manier laat hij zien dat ook hij niet perfect is, wat de cliënt zou stimuleren om ook zijn zwakke plekken te laten zien. Zelf heb ik dit ook al een aantal keren gedaan, ik zeg dan bijvoorbeeld dat het mij ook allemaal overvalt of dat ik me ook wat machteloos voel, of dat we samen gaan moeten zoeken naar hoe we het beter kunnen maken en dat ik het zelf ook nog niet goed weet.

Ten tweede moet de therapeut eerlijk durven zijn over zijn eigen gevoelens ten opzichte van de client, althans indien de cliënt hier baat bij kan hebben. Je kan dan uitleggen hoe de cliënt op je overkomt en dat dat misschien ook bij anderen zo is, zodat de cliënt er iets uit kan leren over zichzelf en er iets aan kan veranderen. Dit vind ik zelf een moeilijke. Als het positief is lukt het me al goed om dat tegen mijn cliënten te zeggen, maar een negatief gevoel dat ik bij iemand heb vind ik moeilijker om te brengen. Maar ik geloof wel dat het echt kan helpen, dus daar moet ik nog wat sterker in worden.

Ten slotte kan het ook helpen als de therapeut af en toe iets onthult over zijn eigen leven. Je moet hiermee altijd voorzichtig zijn, want de cliënt heeft natuurlijk geen beroepsgeheim en uiteindelijk moet de therapie over de cliënt gaan en niet over de therapeut. Maar als je als therapeut denkt dat het je cliënt kan helpen om je eigen gelijkaardige gevoelens of ervaringen kort te delen, dan kan je dat zeker doen. Zo geef je je cliënt het gevoel dat ze niet de enige zijn en dat het zelfs jou als ‘expert’ kan overkomen. Bovendien kan deze openheid  van de therapeut helpen om bepaalde blokkades weg te nemen bij de cliënt. Je geeft immers het goede voorbeeld om open te zijn, en bovendien krijg je op die manier vaak ook een beter contact met je cliënt. Zelf ben ik heel open en heb ik er geen probleem mee om dingen over mezelf te delen met mijn cliënten als ik voel dat het hen zou kunnen helpen, en ik denk ook dat ze dat wel waarderen.

 

Ziezo, dit waren de vijf belangrijkste lessen die ik uit het boek gehaald heb. Nu ik dit zo allemaal op een rijtje heb gezet merk ik ook dat ik deze ook echt probeer toe te passen tijdens de therapie en ben ik best wel trots op mezelf dat ik het toch zeker niet slecht doe. Verder worden in het boek nog andere interessante (en soms ook voor mij persoonlijk minder interessante) onderwerpen aangekaart, zoals werken met dromen, spreken over de dood, feedback geven, huisbezoeken, groepstherapie enzovoort. Zeker een aanrader als je voeling hebt met de lessen die ik hierboven kort samengevat heb!

Laat hier een reactie achter