Hoe werkt psychotherapie nu eigenlijk?

“Hoe werkt psychotherapie nu eigenlijk?” Het is een vraag die regelmatig gesteld wordt en die ik mezelf eerlijk gezegd ook vaak stelde. Er is ook gewoon geen eenduidig antwoord op. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de therapeutische relatie – de relatie tussen de cliënt en de therapeut – op zich eigenlijk het grootste aandeel heeft in de effectiviteit van psychotherapie. Welke soort therapie of welke methodieken je gebruikt, maakt eigenlijk niet zo heel veel uit. Maar wat doet die therapeutische relatie dan juist? Wat maakt nu écht dat psychotherapie werkt? Of werkt het eigenlijk helemaal niet en is het allemaal kwakzalverij?

Toen ik begin dit jaar mijn eigen praktijk startte – en eigenlijk ook al tijdens mijn stage bij het CGG – hielden deze vragen me heel erg bezig. Ik wist en voelde dat ik psychotherapie heel interessant vond en dat ik het graag deed, en ik geloofde ook wel dat het kon werken, maar hoe het nu eigenlijk werkte, daar had ik niet echt een antwoord op. Natuurlijk had ik wel een idee van wat zou kunnen helpen: het feit dat mensen hun verhaal kunnen vertellen aan iemand die volledig buiten hun leven staat en die niet oordeelt (of dat toch probeert), iemand die een uur lang aandachtig luistert zonder zijn eigen verhaal er tussen te mengen, iemand die bepaalde vragen stelt met als doel mensen dieper of anders te doen denken zodat ze misschien wel tot andere inzichten komen, enzovoort. Maar als ik echt moest uitleggen hoe psychotherapie werkt, vond ik dat best moeilijk.

Bovendien vond ik al het voorgaande niet voldoende. Luisteren en vragen stellen, dat kan toch iedereen? Moeten ze daarvoor betalen? En als ze dan al tot nieuwe inzichten komen dankzij de therapie, lost dat hun problemen dan ook op? Zijn ze daar echt mee geholpen? Er was steeds iets in mij dat meer wilde kunnen doen. Ik wilde mensen écht kunnen helpen, hun problemen kunnen oplossen. Soms leek het alsof ik een toverfee wilde zijn in plaats van een psycholoog.

Ik had het daar in supervisie regelmatig over, want het maakte me onzeker. Deed ik mijn werk wel goed? Zouden mensen er wel iets aan hebben? Kon ik hen wel echt helpen? Kregen ze wel voldoende ‘waar’ voor hun geld? Mijn supervisor probeerde me elke keer weer te overtuigen dat we als psycholoog/psychotherapeut echt wel iets betekenen voor onze cliënten, dat we vaak meer doen dan we zelf denken, maar dat het tegelijkertijd vaak in kleine dingen zit. Dat het voor veel mensen al veel betekent om hun verhaal eens te kunnen doen, dat ze telkens weer een uur lang de volle aandacht van iemand krijgen, dat iemand met hen meedenkt en -voelt. Bovendien luisteren we op een andere manier, zoeken we naar verbanden en stellen we bepaalde vragen waar de cliënt misschien nog niet over nagedacht had, en door daar over na te denken komt die misschien wel tot nieuwe inzichten. Enerzijds stelde het me gerust dat mijn supervisor ook aangaf geen grote wonderen te kunnen verrichten en dat ik dus eigenlijk wel deed wat volgens haar werkt, maar anderzijds worstelde ik er nog steeds mee. Opnieuw: werkt dat nu echt wel echt? Willen wij therapeuten niet gewoon geloven dat het werkt, omdat het onze job is en we ons anders nutteloos voelen? En wat werkt er dan precies? En is dat echt wel voldoende, zouden we niet meer moeten kunnen doen?

Ik had het gevoel dat die onzekerheid daaromtrent pas zou verminderen wanneer ik zelf zou ervaren dat psychotherapie werkt, wanneer ik zelf een bepaald traject met een cliënt had gelopen en dat op een mooie manier kon afronden. Op mijn stage had ik best wel al wat therapie-ervaring opgedaan, maar eigenlijk had ik zelden trajecten echt volledig afgerond. Omdat ik die bevestiging zo hard nodig had, dacht ik er op een bepaald moment zelfs aan om mensen op te zoeken die ooit therapie hadden gevolgd en hen te vragen wat voor hen had geholpen, waar zij het meeste aan gehad hebben, wat de therapie voor hen betekend heeft. Uiteindelijk heb ik dat niet gedaan, maar het lijkt me nog steeds wel interessant om eens te doen, misschien wel met mijn eigen afgeronde cliënten. Ik probeer het vaak ook bij het laatste gesprek of zelfs gaandeweg aan mijn eigen cliënten te vragen, wat voor hen werkt en effect heeft. De meesten geven inderdaad het opdoen van nieuwe inzichten aan, maar natuurlijk betwijfelde ik dan weer of dat wel genoeg was én of ze dat niet gewoon zeiden uit sociale wenselijkheid.

Uiteindelijk deed ik maar verder zoals ik bezig was. Ik geef ontzettend graag therapie, vind het interessant om mensen hun verhalen te horen en samen met hen te zoeken naar verbanden, oorzaken en gevolgen,… Ook al was ik er zelf nog niet helemaal van overtuigd dat – en vooral hoe – het zou werken. Soms was het wel lastig, want ik denk dat cliënten mijn onzekerheid soms ook konden voelen, en dat komt de therapie natuurlijk niet ten goede. Soms merkte ik dat ik mezelf wat vastreed wanneer ik te goed probeerde uit te leggen hoe therapie nu eigenlijk werkt. Maar gelukkig kon ik mijn onzekerheid meestal loslaten tijdens de gesprekken en deed ik gewoon mijn ding, zonder al te veel over het resultaat na te denken (al was dat niet eenvoudig voor mij!).

Wat ik dan precies doe tijdens de therapie? Goede vraag. Ik heb nog geen therapie-opleiding gevolgd en werk niet volgens één bepaalde stroming. Ook gebruik ik niet echt bepaalde methodieken. Eigenlijk werk ik vooral op basis van mijn eigen intuïtie. Ik vertrek vanuit mijn natuurlijke nieuwsgierigheid naar het leven van mensen, toon mijn bezorgdheid en medeleven, stel (soms confronterende) vragen, zet mensen aan tot nadenken en hoop dat ze op die manier misschien tot nieuwe inzichten zullen komen. En stilaan begin ik te merken dat het toch lijkt te werken. Ik heb reeds een aantal therapieën met een goed gevoel kunnen afsluiten en heb idee dat een aantal cliënten toch wel wat bijgeleerd hebben over zichzelf en anderen en dat ze weer verder kunnen.

Ik heb steeds meer vertrouwen dat wat ik doe ook echt iets betekent en verandert, al vind ik het soms nog steeds niet helemaal voldoende en twijfel ik soms nog wel een beetje aan mijn eigen capaciteiten. Maar dat is heel normaal denk ik, ik ben ook nog niet zo lang bezig en moet nog veel leren. Ik zou graag nog een therapie-opleiding starten om toch nog wat bij te leren en mezelf wat zekerder te voelen. Ook merk ik dat het helpt als ik van andere psychologen of therapeuten hoor of lees (dat laatste eigenlijk nog beter, want dan staat het er heel duidelijk en kan ik het ook een aantal keer opnieuw lezen) wat volgens hen werkt.

Toevallig kwam ik vandaag op Doorzien (een leuke blog van een andere psycholoog) een interessant stukje tegen over hoe zij aankijkt tegen de werking van psychotherapie:

“Het is in de basis vrij simpel. Men neme een flinke dosis fascinatie en nieuwsgierigheid. Dan benieuwd zijn, vragen stellen. Het niet te gauw snappen, nog meer vragen stellen. Luisteren naar wat je hoort én, misschien nog wel belangrijker, niet hoort. Kijken naar wat er gebeurt onder je neus. Nog meer vragen stellen. Dan wordt het ingewikkeld, want van al deze observaties moet chocola worden gemaakt in de vorm van patronen, rode draden en overlappen. Je spiegelt, koppelt terug, bespreekt en daagt uit. Graaft in tips en tricks, oefeningen en hulpbronnen. Dan komt daar langzaam helderheid in de vorm van antwoorden en hopelijk een volgende stap. That’s the plan, at least. De praktijk verloopt lang niet altijd zo simpel of ideaal. Jeez, hoe kan het ook anders. Een mens alleen is al complex, laat staan twee mensen (of zelfs nog meer) in één behandelruimte die dan samen Het Probleem wel even gaan oplossen.”

Dat vond ik een heel mooi stukje dat eigenlijk heel mooi samenvat hoe psychotherapie nu eigenlijk werkt. Was ik dit maar eerder tegengekomen, haha.

En tot slot nog een kort maar krachtig stukje van psychiater Dirk De Wachter:

“De essentie van psychologie is het niet-weten: mensen spiegels aanbieden om over zichzelf en hun relaties te reflecteren.”

Dit zinnetje heb ik afgedrukt en opgehangen in mijn praktijkruimte, voor mijn cliënten, maar vooral ook voor wanneer ik zelf weer even het vertrouwen kwijt ben en weer denk dat ik een toverfee zou moeten zijn

Laat hier een reactie achter