Reflecties op het boek ‘De naakte therapeut’

‘De naakte therapeut’ is geschreven door Peter Rober, een man van middelbare leeftijd met jarenlange ervaring als psychotherapeut en als docent aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Ondanks dat ik hier en daar al wat positieve dingen over zijn boek hoorde en er benieuwd naar was, had ik het me nog steeds niet aangeschaft. Enkele weken geleden had ik het met mijn supervisor over mijn onzekerheden als psycholoog, en ook zij raadde mij het boek van Peter Rober aan. Ik kreeg het van haar te leen en las het op korte tijd uit. Vandaag wil ik jullie graag wat meer over het boek vertellen en mijn eigen ideeën hierover met jullie delen.

Niet volledig naakt

Wat ik vooraf niet wist, is dat het boek uit korte, gevarieerde verhaaltjes bestaat. Daardoor leest het vlot en is het zeker niet langdradig. Anderzijds maakte dat ook dat ik soms wat eenheid miste. De verhaaltjes gaan voornamelijk over cliënten en over de auteur als therapeut, maar ook als vader en als persoon. De titel doet vermoeden dat Peter zich in dit boek blootgeeft als therapeut, en dat doet hij ook. Hij kaart onderwerpen aan die vaak nog taboe zijn, zoals zijn eigen onzekerheden, machteloosheid en twijfels. Ik als voorstander van kwetsbaarheid en taboes doorbreken vind dat natuurlijk geweldig, en als beginnende psycholoog herken ik me er zeker ook in.

Hoewel het boek geschreven is alsof het een autobiografie is, geeft Peter in zijn voorwoord aan dat niet alles uit het boek echt gebeurd is. Het is een soort mengelmoes tussen fictie en realiteit. Natuurlijk is vooral de boodschap die de schrijver met het boek wil meegeven belangrijk, maar toch vind ik het een beetje jammer dat het niet volledig waarheidsgetrouw is. Dat neemt voor mij toch een deeltje van de kracht van het boek weg. Naar mijn gevoel verschuilt de auteur zich een beetje achter het feit dat het geen echte autobiografie is. Ook lijkt het alsof hij zijn ideeën soms probeert te delen via een omweg – via een verhaaltje, via de stem van iemand anders,… – zodat hij niet rechtstreeks verantwoordelijk is. Bij mij komt het over alsof hij toch nog een beetje bang is om zich volledig bloot te geven. Een beetje zoals een stripper die zijn ondergoed uiteindelijk toch nog aanhoudt… Dat vind ik enigszins jammer, maar goed, ondanks deze kleine teleurstelling heb ik ook veel waardevolle inzichten uit het boek gehaald.

De machteloosheid van de therapeut

Op de allereerste pagina las ik al meteen een zinnetje dat indruk op me maakte: “Dit boek is opgedragen aan alle cliënten die ik niet heb kunnen helpen.” Dat korte zinnetje bezorgde me meteen al een gevoel van opluchting. Ook deze man met jarenlange ervaring kan blijkbaar niet iedereen helpen. Halleluja! Ik had meteen zin om het boek te beginnen lezen.

Peter schrijft ook dat hij al dikwijls heeft gedacht dat hij een betere therapeut zou willen zijn. Hij voelt zich soms zo machteloos, vraagt zich af waarom hij zijn cliënten niet beter kan helpen. Ook beschrijft hij het verhaal van Eva, een psychiater die op een afdeling voor psychotici werkt. Ze komt bij Peter in therapie en geeft aan dat haar werk zwaar is omdat ze zich vaak machteloos voelt, omdat ze mensen niet echt kan genezen. Ze vindt het verschrikkelijk dat de resultaten van haar werk vaak zo beperkt zijn, ondanks haar grote inzet.

Zelf werk ik nog maar een jaar als psychotherapeut. Ik zou dus nog hoopvol moeten zijn, de grote redder willen zijn. En is ook zo. Maar toch herken ik die machteloosheid wel een beetje. Soms heb ik het gevoel dat we maar weinig kunnen veranderen. Soms denk ik dat het aan mij ligt, dat ik nog onvoldoende ervaring of expertise heb. Maar als ik dan dergelijke verhalen lees, dan ben ik al enigszins gerustgesteld dat het misschien toch niet helemaal aan mij ligt. Anderzijds is dat idee ook demotiverend. Want als het aan mijn gebrek aan ervaring of expertise zou liggen, dan zou er nog hoop zijn. Hoop voor mensen met psychische problemen en hoop voor mezelf als therapeut. Want dan kan ik nog bijleren en groeien. Maar als ik me er gewoon bij moet neerleggen dat wij hulpverleners vaak weinig kunnen doen, dan ben ik soms bang dat ik op termijn nog onvoldoende voldoening uit mijn werk zal halen. Of misschien leer ik uiteindelijk toch de kleine verbeteringen meer waarderen, dat kan ook.

Machteloosheid is taboe

Eva vertelde Peter ook dat ze het gevoel heeft dat ze er niet over mag spreken, over haar machteloosheid. Dat het taboe is, dat de mensen het niet mogen weten. Ze zegt zelfs dat ze het spel moet meespelen, dat ze de mensen het gevoel moet geven dat ze in goede handen zijn en dat ze een doeltreffende, wetenschappelijk onderbouwde behandeling zullen krijgen. “Maar dat is een illusie. Eigenlijk weten we niet wat een psychose of een depressie juist is.”

Ook ik heb soms het gevoel dat ik mijn twijfels en onzekerheden over mijn werk niet mag delen. Onlangs kreeg ik nog de opmerking van iemand die zelf ook Psychologie gestudeerd heeft dat ik de geloofwaardigheid van de psychologen naar beneden haal door het publiceren van bepaalde artikels op mijn blog. Dat vond ik heel jammer om te horen, want ik ben alleen eerlijk en vertel hoe ik mijn werk als psycholoog beleef, met als doel herkenning te bieden voor anderen. Want het is nooit fijn als je het gevoel hebt dat je de enige bent die het soms even niet meer weet.

Diagnoses vanuit expertise?

Ook vertelt Peter in zijn boek over een kennis die zegt dat mensen expertise verwachten van psychologen. “Ze verwachten dat we zo snel mogelijk een diagnose stellen, en dat we dan een behandeling instellen zodat de stoornis verdwijnt.” En ook volgens Eva kunnen de psychiatrie en psychotherapie vaak niet voldoen aan de verwachtingen die de maatschappij heeft. “Mensen verwachten namelijk vaak van een psychiater dat hij een diagnose stelt en medicatie geeft, omdat ze denken dat ze zo het beste geholpen zijn. Doen psychiaters dit niet, dan voldoen ze ook weer niet aan de verwachtingen.” In eerste instantie kon ik me hier wel in vinden. Ik heb ook soms het idee dat veel mensen nog een eerder medische visie op psychiatrie en psychotherapie hebben, dat ze een diagnose en behandeling willen zodat hun probleem opgelost is. Maar zo werkt het helaas niet.

Peter zelf twijfelt of dit wel echt is wat cliënten verwachten. Hij schrijft dat hij nog nooit iemand in therapie heeft gehad die zei: ‘ik heb een stoornis, genees mij’. En dat herken ik dan ook weer. Ik zeg zelf vaak tijdens het eerste gesprek tegen mijn cliënten dat ik geen toverstaf heb en niet zomaar hun problemen kan oplossen, omdat ik zelf soms denk dat ze dat verwachten, of misschien zelfs omdat ik soms van mezelf vind dat ik dat zou moeten kunnen. Maar eigenlijk zegt bijna iedereen: ‘dat weet ik wel, dat verwacht ik ook niet’. Dus hoewel ik zeker geloof dat er een aantal mensen op zoek zijn naar een diagnose omdat ze zichzelf willen begrijpen en zich niet alleen willen voelen, denk ik dat de meeste mensen gewoon willen praten en gehoord willen worden, in de hoop nieuwe inzichten op te doen en zichzelf weer beter te voelen. Ik denk dat we soms vooral hoge eisen aan onszelf stellen, terwijl onze cliënten vaak heel realistische verwachtingen hebben. Nu denk ik wel dat dit in de psychiatrie soms nog een ander verhaal is, maar de vraag is dan of dit aan de cliënten ligt of aan het imago dat de psychiatrie uitdraagt…

Maatschappijkritisch

Verder staat in het boek een fragmentje waarin diezelfde kennis van Peter tegen hem zei: “Als je op je twintigste niet maatschappijkritisch bent, heb je geen hart. Als je op je veertigste nog steeds maatschappijkritisch bent, heb je geen verstand.” Deze zin kwam bij mij heel hard binnen, omdat ik zelf in mijn twintigerjaren zit en inderdaad heel maatschappijkritisch ben, vooral dan op vlak van de geestelijke gezondheidszorg. Uit het boek van Peter leidde ik af dat ook hij – ondanks dat hij de veertig al lang voorbij is – nog steeds maatschappijkritisch is. Hij vraagt zich af of zijn kennis misschien opgelucht is dat hij de last van zijn idealen niet meer moet meezeulen. Dat laatste zinnetje vond ik heel mooi, want hoewel ik enerzijds trots ben op mijn kritische geest, is deze soms ook een last voor mij. Ik vind het soms best vermoeiend dat ik alles in vraag stel, en bovendien wordt het me ook niet altijd in dank afgenomen. Soms zou ik willen dat ik niet zoveel vragen stelde en de dingen gewoon kon aannemen zoals ze me verteld worden, want soms is het nu eenmaal makkelijker om gewoon mee te gaan met de stroom. Anderzijds schrikt die gedachte me ook af, want ik wil niet zomaar meegaan met de stroom. Ik vind het ergens ook een talent van mezelf dat ik kritisch ben en dat wil ik niet kwijt.

Cliënten als bloedzuigers

In een bepaalde passage vergelijkt Peter zijn cliënten met bloedzuigers die de energie uit zijn lijf zuigen. Hij schrijft dat hij zich leeg voelt na een dag werken, dat hij met rust gelaten wil worden, alleen wil zijn. En ook dat is wel iets wat ik herken. Soms ben ik ook doodop na een dag werken in mijn praktijk. Dan kom ik ’s avonds thuis en wil ik gewoon lekker televisie kijken, samen met mijn vriend. Hij moet me dan niet te veel meer vertellen, want dat kan er op dat moment even niet meer bij. Soms heb ik zelf wel de behoefte om nog wat te praten, want ik heb al de hele dag moeten luisteren. Soms wil ik wat verhalen over cliënten kwijt, soms wil ik ergens totaal anders over praten. Maar meestal wil ik gewoon wat rust in mijn hoofd, en niet meer moeten nadenken. Maar dat zie ik eigenlijk niet per se als iets negatiefs, ik kijk er wel naar uit om ’s avonds dan gewoon even mijn hoofd leeg te laten lopen.

Peter schrijft ook dat hij zich soms afvraagt of hij zijn leven verknoeit door therapeut te zijn, door te luisteren naar al die vreselijke verhalen. Hij schrijft dat hij merkt dat hij zich steeds meer terugtrekt. Daar heb ik zelf eigenlijk gelukkig nog geen last van, maar ik ben soms wel bang dat dit op termijn nog kan komen, dat het op de duur niet meer te dragen is, al die miserie van de mensen. Ach, we zien wel. Voorlopig haal ik vooral heel veel plezier uit mijn werk, ook al twijfel ik weleens of ik het wel goed doe.

Conclusie

Ik heb dit boek met plezier gelezen en heb er zeker waardevolle lessen uit gehaald, vooral over de onderwerpen die ik hierboven uitgelicht heb. Ik moet wel toegeven dat ik er nog net iets meer van had verwacht. Wat mij betreft had de auteur zich nog kwetsbaarder mogen opstellen. Ik had graag de volledig naakte therapeut leren kennen. Maar doordat ik zelf ook schrijf over mijn ervaringen en onzekerheden als psycholoog, besef ik ook dat het niet eenvoudig is om je ongecensureerd bloot te geven voor een onbekend publiek. Want er zullen altijd mensen zijn die kritiek hebben.

Uit dit boek heb ik vooral meegenomen dat het niet abnormaal is om aan jezelf te twijfelen als therapeut, zelfs niet wanneer je al jarenlang in de sector werkt. Ik vond het heel fijn om herkenbaarheid te vinden in sommige stukken, en juich het alleen maar toe dat hierover open wordt gepraat en geschreven. Ondanks dat het een heel eerlijk boek is, vind ik het wel een beetje een negatief boek. Je krijgt er niet echt hoop van als beginnende therapeut. Maar misschien is dat wel gewoon realistisch, dat het een harde job is die je vroeg of laat onderuit kan halen… We zien het wel. Ik ben alleszins nog steeds gemotiveerd om verder te gaan met mijn werk en te ontdekken hoe dit bij mij zal evolueren

Laat hier een reactie achter