Mijn allergieën als therapeut

De basishouding van een goede psycholoog of psychotherapeut bestaat uit empathie, echtheid en aanvaarding. Om die basishouding te kunnen aannemen, helpt het als je op z’n minst een beetje sympathie voor je cliënt voelt. Gelukkig lukt me dat meestal zonder veel moeite, maar het gebeurt ook dat ik dit niet echt voel. Soms voel ik zelfs een beetje antipathie voor bepaalde cliënten. Vaak gaat dat gepaard met allergieën die ik heb. En dan heb ik het natuurlijk niet over allergieën voor bepaalde stoffen, maar over allergieën voor bepaalde kenmerken van cliënten waar ik niet zo goed tegen kan. Ik ben ervan overtuigd dat iedere therapeut wel zo zijn eigen allergieën heeft, daarom leek het me wel interessant om er iets over te schrijven. In dit artikel deel ik mijn allergieën, probeer ik te achterhalen waar ze vandaan komen en hoe ik er best mee om kan gaan.

Mijn allergieën

Ik merk bij mezelf dat ik het vooral moeilijk heb met cliënten die zich heel fel als slachtoffer positioneren en weinig kritisch naar zichzelf kijken. In het psychologische vakjargon noemen ze dit ook wel een ‘externe locus of control’. Mensen die de oorzaak van iets altijd buiten zichzelf leggen. Natuurlijk zijn er effectief mensen die dingen hebben meegemaakt waar ze niet zelf verantwoordelijk voor zijn, en daar heb ik ook alle begrip voor. Maar wanneer ik het gevoel heb dat mensen de schuld steeds bij een ander zoeken, niet naar hun eigen aandeel kunnen kijken en zichzelf helemaal niet in twijfel trekken, heb ik het daar moeilijk mee.

Ik denk dat deze allergie te maken heeft met het feit dat ik zelf heel kritisch naar mezelf kijk en altijd op zoek ga naar mijn eigen aandeel in een bepaalde situatie. Dat vind ik één van mijn kwaliteiten – zolang ik er niet te veel in doorschiet, want dan kan het ook een valkuil worden – en het is dan ook niet onlogisch dat het tegenovergestelde een allergie van mij is. Onderstaand schema maakt trouwens heel mooi duidelijk hoe je allergieën vaak het tegenovergestelde van je eigen kwaliteiten zijn. Dit is trouwens ook een fijn schema om te gebruiken in het werk met je cliënten

kernkwadranten

Een andere allergie die ik heb is die voor diagnoses. Ik ben er – op z’n zachtst uitgedrukt – geen voorstander van, omdat ik van mening ben dat deze vaak stigmatiserend werken en leiden tot een ‘self-fulfilling prophecy’. Deze allergie is eigenlijk zelfs fel: van zodra ik iets over een diagnose hoor gaan er meteen alarmbelletjes af in mijn hoofd. Toch weet ik dat mijn eerste reactie op diagnoses overdreven is en kan ik dan wel weer wat relativeren. Want ja, er zullen in sommige gevallen ook wel voordelen van diagnoses zijn. Maar gezien mijn felle reactie hierop, is dit toch echt wel een allergie van mij. Ik schreef trouwens al eerder een uitgebreid artikel over mijn visie op diagnoses.

Waar komen ze vandaan?

In het eerste opzicht kan het soms lijken alsof allergieën er zomaar zijn en heb je geen idee waar ze vandaan komen. Maar wanneer je er wat verder over gaat nadenken blijkt meestal toch dat deze ergens mee te maken hebben. Ik denk dat mijn allergieën voornamelijk gelinkt zijn aan mijn grote motivatie om mensen te helpen. Ook dit is één van mijn ‘kernkwaliteiten’, dus dan is het natuurlijk niet gek dat ik een allergie heb voor het tegenovergestelde, namelijk mensen niet kunnen helpen.

Aangezien diagnoses voor mij gepaard gaan met ‘hulpeloosheid’, ‘ongeneeslijkheid’ en ‘hopeloosheid’, is het wel duidelijk dat deze indruisen tegen mijn drang om mensen vooruit te helpen en ‘beter te maken’. Ik ben bang dat mensen te kort gedaan worden door diagnoses, dat ze veroordeeld worden, dat er geen ruimte meer zal zijn voor de uniciteit van de persoon. En op die manier worden ze volgens mij dus niet goed geholpen, integendeel. Diagnoses staan goede hulp voor mij dus in de weg (nogmaals, vooral in mijn eerste reactie).

Maar ook mijn allergie voor mensen die zichzelf extreem als slachtoffer positioneren, heeft volgens mij te maken met mijn motivatie om mensen te helpen. Want wanneer cliënten blijven zwijmelen in zelfmedelijden, komen ze natuurlijk moeilijk vooruit. In therapie is het dan ook de bedoeling dat je kritisch over jezelf gaat reflecteren en gaat zoeken naar wat jìj anders kan doen.

Bovendien zijn mijn twee allergieën soms met elkaar verweven: mensen die hun eigen aandeel niet willen zien, gaan soms ook op zoek naar een diagnose om hun probleem op een ‘ziekte’ of ‘stoornis’ af te schuiven.

Hoe ermee omgaan?

Het is natuurlijk best vervelend wanneer je als therapeut bepaalde allergieën hebt, want die komen de therapie en de therapeutische relatie meestal niet ten goede. Daarom is het allereerst belangrijk om je bewust te zijn van je allergieën. Ik heb er hierboven nu twee opgenoemd, maar waarschijnlijk heb ik nog wel andere allergieën waar ik me niet of minder van bewust ben. Vaak word ik me er ook pas bewust van op het moment dat ik ermee geconfronteerd word. Het kan ook helpen om te zoeken waar die allergie vandaan komt. Door het schrijven van dit artikel ben ik eigenlijk zelf nog meer gaan zoeken naar een verklaring, want voordien had ik er eigenlijk nog nooit zo ver over nagedacht.

Bewustzijn is al een eerste belangrijke stap, maar dan is het natuurlijk ook fijn als je een manier kan vinden om ermee om te gaan. En dat is niet altijd zo eenvoudig, want van een allergie raak je niet zo makkelijk verlost Ik probeer eigenlijk altijd zo veel mogelijk transparant te zijn naar mijn cliënt toe. Ik leg bijvoorbeeld uit waarom ik niet zo’n voorstander ben van diagnoses, en durf ook eerlijk toegeven dat het een allergie van mij is en dat ik er in eerste instantie misschien wat overdreven op reageer. Ik probeer ook open te staan voor de mening van de cliënt zelf, maar ik zal nooit iets doen waar ik zelf niet achter sta (bv. een diagnose stellen). Als ik dat wel zou doen zou ik trouwens ook niet meer authentiek zijn, en dan zou ik mijns inziens ook geen goede psycholoog kunnen zijn. Wanneer mijn cliënt toch een diagnose zou willen, zou ik hier wel respect voor hebben en die persoon doorverwijzen.

Mijn allergie voor de slachtofferrol is natuurlijk nog iets anders, want dat heeft echt met de persoonlijkheid van de cliënt te maken. Ook hierover zou ik transparant proberen zijn, maar dat vind ik al een stukje moeilijker omdat de kans hier groter is dat ik de persoon zou kwetsen. Daarom zou ik proberen om eerst voldoende erkenning te geven, ondanks het feit dat ik misschien wel wat irritatie zou kunnen voelen. Dan zou ik teruggeven hoe de persoon op mij overkomt, namelijk dat ik ervaar dat de persoon weinig naar zijn eigen aandeel kijkt en zichzelf vaak als slachtoffer lijkt te zien. Daar zou ik dan niet meteen bij zeggen dat ik daar niet zo goed tegen kan, want dat zou weleens hard kunnen aankomen. Ik zou het vooral zeggen omdat ik denk dat het de persoon kan helpen om zich ervan bewust te worden. Want door altijd alleen maar naar de ander te blijven kijken zal die waarschijnlijk ook weinig vooruitgang boeken.

Het is soms best moeilijk om transparant te zijn over je allergieën, maar ik denk dat eerlijkheid altijd het langste duurt. Anders zal je cliënt waarschijnlijk zelf wel aanvoelen dat er iets is dat de therapeutische relatie in de weg staat en is de kans groot dat die uiteindelijk zelf zal wegblijven. En dat is ook geen ramp, want dan zal die zich waarschijnlijk beter voelen bij iemand anders. Je kan nooit een goede klik met iedereen hebben, en dat is oké.

Ik ben benieuwd: heb jij bepaalde allergieën? Waar hebben die mee te maken? En hoe ga jij daarmee om?

1 reactie

  1. Lex Fur

    16 april 2017 at 23:10

    Mensen die continu in zelfmedelijden kruipen en hun eigen aandeel van de miserie niet onder ogen willen zien, zijn inderdaad hoogst irritant.

Laat hier een reactie achter