Mijn prille carrière als psycholoog

Het is algemeen geweten dat het niet eenvoudig is om een job te vinden als psycholoog. Ook ik heb na mijn afstuderen aardig wat motivatiebrieven verzonden, die helaas vaak onbeantwoord bleven. Toch heb ik ook wel al wat geluk gehad, want die paar keren dat ik wel op gesprek mocht gaan, werd ik aangenomen. Wel telkens voor een contact van bepaalde duur, maar dat vind ik eigenlijk niet zo erg. Op die manier kan ik van allerlei jobs proeven en ontdekken wat ik graag en minder graag doe. Ik heb intussen op anderhalf jaar tijd – naast mijn eigen praktijkje – al drie verschillende jobs gehad, en daar vertel ik jullie vandaag graag wat meer over.

Enkele maanden na mijn afstuderen ging ik aan de slag als wetenschappelijk medewerker aan de universiteit. Daar werkte ik aan een project van anderhalf jaar, waarbij ik een methodiek moest ontwikkelen rond gezinshereniging bij pleegkinderen. Helaas merkte ik al snel dat dit niet zo mijn ding was. De eerste zes maanden moest ik een literatuurstudie doen, waarbij ik dag in dag uit wetenschappelijke artikels moest zoeken en lezen. Ondanks dat ik het wel een interessant onderwerp vond, vond ik het werk ontzettend saai. Bovendien voelde ik me soms wat verloren aangezien het een onderwerp was waar ik nog weinig over wist, en ik kreeg weinig ondersteuning. Uiteindelijk diende ik eind juni 2016 na acht maanden twijfelen mijn ontslag in. Dat was best een moeilijke beslissing, maar achteraf voelde ik me opgelucht.

Op 1 augustus 2016 kon ik starten als thuisbegeleidster bij gezinnen met kinderen met een gedrags- of emotionele stoornis. Dit was een vervanging voor een klein jaar. Ik was heel blij dat ik in het praktische hulpverleningslandschap aan de slag kon (naast mijn bijberoep in mijn eigen praktijk, dat ik al in januari 2016 startte). Ik kwam terecht in een leuk team en voelde me er meteen goed. Meestal ging ik één uurtje om de twee weken bij elk gezin langs. Ik werkte vooral met de ouders rond de opvoeding van hun kinderen en hun eigen draagkracht, maar ook de kinderen werden af en toe bij de begeleiding betrokken.

We begonnen standaard met het in kaart brengen van de hulpvraag. Deze werd dan besproken op een teamvergadering, waar ik nog wat tips en ideeën kreeg over hoe ik de situatie kon aanpakken. En dan moest ik zelf met het gezin aan de slag. Ik kwam er vaak in aanraking met kinderen met een diagnose ASS of ADHD, kinderen die niet gehoorzaamden, woede-uitbarstingen kregen, zich niet konden concentreren, problemen hadden met sociale vaardigheden, enzovoort. Het waren vaak best heftige situaties en vaak hadden de ouders al allerlei dingen geprobeerd vooraleer ze bij de thuisbegeleidingsdienst terechtkwamen. Ik vond het dan ook niet eenvoudig om als jong meisje opvoedingsadvies te geven aan ouders die al jaren ervaring hadden en hun eigen kinderen tenslotte het beste kennen. Soms zat ik dan ook zelf een beetje met de handen in het haar en was het vooral veel samen zoeken en praten.

Gelukkig had ik regelmatig supervisie op mijn werk. Daar kon ik al mijn vragen en twijfels bespreken. Ik was altijd heel open over mijn onzekerheden. Maar er was één ding waar ik tijdens deze job steeds weer tegenaan botste, namelijk mijn eigen allergie voor diagnoses en residentiële hulpverlening. Dat had ik eigenlijk al op voorhand kunnen weten, maar ik besefte dat toen niet zo. Maar goed, ondanks mijn worstelingen vond ik het ook wel een uitdaging en was ik benieuwd of mijn visie op termijn zou veranderen door daar te werken. Ook mijn twee verantwoordelijken waren hier benieuwd naar, maar wilden me zeker de kans geven en leken erop te vertrouwden dat het wel goed zou komen. Tot ik na mijn eerste evaluatiegesprek plots een gesprek met de directrice moest hebben. Zij vond dat mijn visie niet strookte met de visie van de organisatie en wilde me hierover spreken. Tijdens dit gesprek kreeg ik het gevoel dat de kans groot was dat ze me zou ontslaan als mijn visie niet zou veranderen, en dat was natuurlijk niet zo fijn.

Kort nadien zag ik per toeval een vacature bij de bezoekruimte, waar gewerkt wordt aan contactherstel tussen kinderen en één van hun ouders, meestal na een conflictueuze scheiding. Tijdens mijn stage bij het CGG had ik veel met kinderen van gescheiden ouders gewerkt, en dat sprak me nog steeds erg aan. Eigenlijk wilde ik de vervanging bij de thuisbegeleidingsdienst graag afmaken om te zien hoe het zou evolueren, maar aangezien ik bang was dat ik misschien zelf ontslagen zou worden en omdat de vacature bij de bezoekruimte me echt interesseerde, besloot ik toch te solliciteren. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek, en die dag zelf nog kreeg ik telefoon dat ik mocht beginnen.

Ik had dit eerlijk gezegd niet verwacht en wist eerst niet goed wat ik moest doen. Enerzijds wilde ik mijn collega’s en cliënten niet in de steek laten, anderzijds was ik bang dat ik misschien zelf ontslagen zou worden. En de job bij de bezoekruimte sprak me echt wel aan. Uiteindelijk besliste ik om toch voor de nieuwe uitdaging te gaan, en drie weken later was het al zover. Intussen werk ik al bijna drie maanden bij de bezoekruimte. Ik heb er gesprekken met kinderen en hun gescheiden ouders en begeleid en observeer de contacten. In deze hoogconflictueuze scheidingssituaties spelen vaak specifieke dynamieken die ik heel erg boeiend vind, maar die ook erg moeilijk te doorbreken zijn. Je wordt er als hulpverlener vaak heen en weer gesleurd tussen twee vechtende ouders, en moet proberen steeds het welzijn van het kind weer in beeld te brengen. Eenvoudig is het zeker niet. Je kan zelden voor iedereen goed doen, en moet vaak meer confronteren dan dat je empathisch kan zijn. Daar heb ik het soms wel moeilijk mee. Toch voel ik dat deze job tot nu toe wel het beste bij mij past. Ik hoop dat ik er nog meer in kan groeien. Ook dit is een vervangingscontract voor ongeveer een jaar, en eigenlijk vind ik het wel fijn dat ik tegen dan kan beslissen of dit echt iets voor mij is of dat ik toch een andere richting uit wil.

Als ik nu terugkijk op mijn prille carrière ben ik best wel tevreden. Soms vind ik het wel wat jammer dat ik mijn twee eerste jobs niet heb afgemaakt. Ik denk dat ik wel trots geweest zou zijn als ik die methodiek volledig ontwikkeld zou hebben. En ook als thuisbegeleidster zou het fijn geweest zijn om wat meer tijd gehad te hebben zodat ik wat meer evolutie had kunnen zien. Anderzijds ben ik heel blij dat ik niet ben blijven hangen in iets wat niet helemaal goed voelde, en dat ik nu bij de bezoekruimte kan werken. Ik weet niet wat de toekomst nog zal brengen, maar dat vind ik eigenlijk stiekem wel leuk. Ik geloof dat ik uiteindelijk wel op de juiste plek terecht zal komen en zie het als een verrijking dat ik intussen van alles een beetje kan proeven en mezelf als psychologe steeds beter leer kennen.

Wat voor jobs heb jij al gedaan? En wat heb jij daaruit geleerd over jezelf?

Laat hier een reactie achter