Sophie had PTSS en werd geholpen dankzij EMDR en medicatie

Sophie hield een posttraumatische stressstoornis (PTSS) over aan de geboorte van haar tweede kindje. Vooraf had ze nochtans een heel geboorteplan klaar: ze wilde zonder epidurale verdoving bevallen en wilde haar baby meteen na de bevalling even bij zich houden. Helaas zorgde een uitzakking van de navelstreng ervoor dat haar plan in duigen viel. Plots moest ze met een spoedkeizersnede onder volledige verdoving bevallen. Voordat ze in slaap gedaan werd, hoorde ze de assistent-gynaecoloog nog zeggen dat de navelstreng koud aanvoelde en dat er geen pulsatie meer was. Sophie was ervan overtuigd dat ze haar baby zou verliezen.

Toen ze na de keizersnede wakker werd, raakte ze in paniek. Ze wist niet waar haar baby was, hoe hij eraan toe was en of hij het überhaupt gehaald had. Gelukkig bleek alles in orde met de baby. Hij lag in de couveuse, maar omdat Sophie nog flauw was van de narcose en pijnmedicatie en de baby rust nodig had, mocht ze er niet meteen bij. Toen ze haar zoontje enkele uren later eindelijk mocht zien, herkende ze hem niet. Ze vond dat hij helemaal niet leek op de 3D-beelden van de echo en ook helemaal niet op haar dochtertje als baby. Hij had een infuus in zijn hoofdje en zijn handjes zagen blauw van het prikken.

Toen Sophie de volgende dag foto’s van haar kersverse zoontje vergeleek met geboortefoto’s van haar dochtertje, zag ze plots wel een grote gelijkenis. Haar zoontje dronk ook meteen goed aan de borst. Oef, alles was in orde gekomen! Sophie kon niet geloven hoeveel geluk ze hadden gehad. Het was een grote opluchting, maar tegelijk bleven de ‘wat-als’-gedachten door haar hoofd spoken. Wat als de baby het niet gehaald had? Wat als hij als een plantje had moeten voortleven? Ze voelde zich leeg en verloren.

Bovendien twijfelde ze vaak aan zichzelf en vond ze zichzelf geen goede moeder. Elke dag speelde de film van de bevalling zich opnieuw voor haar ogen af. Bovendien huilde haar baby veel en sliep hij slecht, waar Sophie paniekerig op reageerde. Ze zat vast in een automatische stressrespons waar ze niet uit geraakte. Mensen in haar omgeving probeerden haar te troosten door te zeggen dat alles toch goedgekomen was en dat ze het moest proberen loslaten, maar dat hielp niet. Integendeel. Hoe graag ze het ook wilde, ze kon het niet loslaten.

Een drietal maanden na de geboorte stapte Sophie naar haar huisarts. Initieel diagnosticeerde die het als ‘overspannen’, maar aangezien de klachten bleven aanslepen, stelde die uiteindelijk toch voor om verdere hulp te zoeken. Sophie werd doorverwezen naar een psycholoog, maar vond daar helaas niet de hulp die ze wenste. De gesprekken bleven voor Sophies gevoel nogal vaag, ze had geen idee waar ze naartoe aan het werken waren. Ze had had het gevoel dat deze psychologe vooral bleef doorgaan op haar verleden en daar een link vond met haar huidig probleem, maar daar ging het voor Sophie helemaal niet over. Verder stelde ze weinig vragen die Sophie dieper deden nadenken. Het leek een beetje alsof ze op de koffie ging. Bovendien leek de psychologe te geloven in het lot, waardoor zij aangaf dat Sophie dit misschien had moeten meemaken om haar leven meer te kunnen appreciëren. De psychologe vertelde ook over haar eigen zoontje, maar ook daar had Sophie weinig aan. Ze voelde zich niet geholpen. Ze gaf dit ook enkele keren aan, maar dat veranderde weinig.

Uiteindelijk besloot Sophie opnieuw naar haar huisarts te stappen en aan te geven dat ze andere hulp nodig had. Haar huisarts besloot toen antidepressiva op te starten en haar psychologe stuurde haar uiteindelijk door naar een psychiater. Inmiddels was haar zoontje al 7 maanden oud. De psychiater stelde al heel snel een diagnose: posttraumatische stressstoornis (PTSS). Sophie had zelf al heel wat opzoekingswerk gedaan en had zichzelf eigenlijk ook die diagnose al gegeven, dus ze was opgelucht dat de psychiater deze bevestigde. De psychiater gaf aan dat ze dan ook een heel andere aanpak nodig had. Hij verwees haar naar een psychologe die EMDR toepaste, en verhoogde de medicatie.

De medicatie deed haar werk. Sophie voelde dat ze stilaan minder emotioneel werd. Haar emoties werden grotendeels afgevlakt door de medicatie. Desondanks kon ze wel nog genieten van de mooie momenten. Dat deed haar deugd, dat was wat ze nodig had. In het begin had ze enkele bijwerkingen van de medicatie, zoals zweetaanvallen en het gevoel een elektrische stroom door haar lichaam te krijgen wanneer ze in bed lag, maar deze verdwenen gelukkig al snel.

Ook de EMDR beviel Sophie goed. Daarbij moest ze haar ogen sluiten en de traumatische beelden van haar bevalling oproepen, terwijl ze in elk hand een apparaatje hield. De apparaatjes trilden om beurten, met als bedoeling haar oogbewegingen van links naar rechts te sturen. Op die manier zouden traumatische herinneringen verwerkt worden in de hersenen en een veel minder emotionele lading krijgen. Dit bleek ook effectief het geval te zijn. De beelden van de bevalling kwamen steeds minder terug en werden ook veel minder emotioneel geladen. Ze werden minder scherp en helder. Bovendien merkte Sophie dat er zelfs automatisch positieve gedachten in de plaats kwamen, zoals ‘hij heeft het toch gehaald’.

Op aanraden van het ziekenhuis ging Sophie op een bepaald moment ook naar een kinderpsychologe met haar zoontje. Zij gaf aan dat ze eigenlijk alles heel goed deden, en dat de ouders vooral manieren moesten zoeken om het zelf vol te houden. Dat was voor Sophie ook wel een geruststelling. Het hielp als mensen zeiden dat het tijd nodig had, dat ze zichzelf niets kwalijk mocht nemen. Dat het normaal was, dat ze zich niet schuldig hoefde te voelen.

Eindelijk voelde Sophie zich echt geholpen. Of het nu vooral door de medicatie of vooral door de EMDR kwam, kan ze moeilijk zeggen. Het is waarschijnlijk de combinatie van beiden. Op dit moment neemt Sophie nog steeds medicatie, maar die zou binnenkort stilaan afgebouwd worden. Het is nog even afwachten welke invloed de afbouw of stopzetting zal hebben, maar Sophie heeft er een goed oog in.

Een tip die Sophie zou willen meegeven aan psychologische hulpverleners, is dat het belangrijk is om de verwachtingen van de cliënt vanaf het begin goed af te toetsen en indien mogelijk je behandeling daarop af te stemmen. En wanneer dat niet mogelijk is, kan je dat als hulpverlener ook beter gewoon aangeven en de persoon doorverwijzen.


Reflectie

Het verhaal van Sophie heeft me veel bijgebracht en doen nadenken. Wat volgens haar uiteindelijk het meest geholpen heeft, is de combinatie van medicatie en EMDR. Twee dingen waar ik zelf eerlijk gezegd nogal sceptisch tegenover sta. Maar net daarom vind ik het belangrijk om positieve ervaringen van mensen hieromtrent te horen. Over EMDR hoorde ik eigenlijk al veel positiefs, maar ik vind het fijn om er dankzij Sophies verhaal nog eens aan herinnerd te worden dat dit blijkbaar echt wel goed werkt bij traumaverwerking. En misschien is medicatie in sommige situaties inderdaad wel nodig…

Bovendien besefte ik dat ik weleens dezelfde ‘fouten’ zou kunnen maken als de psychologe in het verhaal van Sophie. Ik probeer wel altijd goed de verwachtingen van mijn cliënten af te toetsen en mijn aanpak zoveel als mogelijk op hun verwachtingen af te stemmen. Ook probeer ik hen vanaf het begin uit te leggen waar ik wel en niet aan kan tegemoetkomen, zodat mijn cliënten geen valse hoop koesteren. Die tip van Sophie paste ik dus al toe, hoera!

Maar wat een valkuil van mij zou kunnen zijn, is dat ik zelf ook soms nogal vaag blijf en niet altijd een duidelijk doel voor ogen heb over waar we naartoe werken en hoe we dat best doen. Bovendien kan ik me zo voorstellen dat ik misschien ook te veel op de mogelijke invloed van het verleden zou blijven doorzoeken, of over ‘het lot’ of mijn eigen ervaringen zou durven spreken tegen mijn cliënten. Het leek wel alsof Sophie een therapie met mij omschreven zou kunnen hebben!

Natuurlijk kan ik niet zeggen hoe ik met Sophies verhaal aan de slag gegaan zou zijn, misschien had ik haar wel beter aangevoeld. En bovendien ligt niet iedere aanpak iedereen. Sophie gaf zelf aan dat zij eerder meer concrete technieken wilde leren. Ik werk zelf sowieso minder op die manier, maar vind het heel goed om dankzij dit verhaal nog eens te beseffen dat dit voor sommige mensen wel werkt.

Wat heb jij geleerd uit het verhaal van Sophie?


PS: Het hele verhaal rond de bevalling van Sophie kan je hier lezen.

PS2: Ben of ken jij nog iemand die graag zijn verhaal wil delen in deze rubriek? Contacteer me gerust!

Laat hier een reactie achter