Werken bij de bezoekruimte (in een vechtscheidingscontext)

Sinds eind januari 2017 werk ik bij de bezoekruimte. Daar werken we rond contactherstel tussen kinderen en jongeren en (één van) hun (groot)ouders. Meestal komen kinderen bij ons terecht na een – soms al jarenlang aanslepende – (vecht)scheiding van hun ouders. Toen ik de vacature voor deze job zag was ik meteen enthousiast! Ik had tijdens mijn stage bij het CGG immers veel met kinderen en ouders in een vechtscheidingscontext gewerkt en vond dit erg interessant. Intussen werk ik zes maanden bij de bezoekruimte, en moet ik toegeven dat ik het toch wat onderschat had. Enerzijds doe ik mijn job zeer graag en boeien de situaties bij heel erg, maar anderzijds vind ik het soms ook een verdomd moeilijke job. Ik zal jullie in dit artikel uitleggen waarom.

 

Gedwongen hulpverlening

Een eerste aspect waar ik het moeilijk mee heb, is de gedwongen hulpverlening. De meeste gezinnen komen echter niet vrijwillig naar de bezoekruimte, maar worden verplicht door de rechter. De meeste ouders zijn dus niet zo gemotiveerd en vinden niet dat ze hulp nodig hebben.

De bezoekouder (= ouder die geen contact meer heeft met het kind) is meestal wel tevreden dat hij zijn kind via onze dienst eindelijk terug kan zien, maar vindt het vaak te traag vooruit gaan. Bovendien vinden bezoekouders het vaak oneerlijk dat zij zoveel moeite moeten doen om hun kind te kunnen zien.

De verblijfouder (= de ouder bij wie het kind verblijft) daarentegen, ziet het meestal helemaal niet zitten dat zijn kind (opnieuw) contact heeft met de andere ouder. In de ogen van de verblijfouders is onze tussenkomst vaak geen hulp, maar een verplichting waar zij het belang niet van inzien. Zij zijn er vaak van overtuigd dat het niet goed is voor hun kind om contact te hebben met de andere ouder en proberen de hulpverlener daar ook van te overtuigen.

En toch moeten wij ervoor proberen te zorgen dat er opnieuw contact opgebouwd wordt. Ten eerste omdat de wet zegt dat ouders en kinderen recht hebben op contact met elkaar. En ten tweede omdat wij hulpverleners ervan overtuigd zijn dat het in het belang van het kind is om zijn beide ouders te kennen (meestal toch). Maar door gebrek aan motivatie bij de ouders is het vaak moeilijk om mensen te laten meewerken. Soms zijn ze moeilijk te bereiken, komen ze niet opdagen op afspraken, zoeken ze allerlei uitvluchten om het hele proces uit te stellen,…

Als hulpverlener kan ik hun weerstand ergens wel begrijpen, en dat zeg ik hen ook. Maar toch moet het. Ik heb soms het gevoel dat ik de ouders voortdurend moet proberen te overtuigen van de meerwaarde van onze dienstverlening. Soms voelt het alsof we onszelf en onze dienst moeten verkopen, terwijl het enige wat de ouders eigenlijk echt willen is dat ze niet meer hoeven te komen…

 

Meerzijdig partijdig zijn

Bovendien krijg je in de bezoekruimte vaak twee verschillende, soms zelfs bijna totaal tegenovergestelde verhalen te horen. Beide ouders gooien alles in de strijd om je te overtuigen van hun gelijk. Vaak beschuldigen ze elkaar en ontkennen ze hun eigen aandeel. Wie de waarheid spreekt? Dat zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Waarschijnlijk ligt die ergens tussenin, en wordt die door elke ouder op een andere manier beleefd. Toch merk ik dat ik het er soms best moeilijk mee heb dat ik niet wat nu de feitelijke waarheid is (is een kind wel of niet seksueel misbruikt door de ouder, heeft een ouder wel of niet een alcoholprobleem?), omdat we anders blijven vastzitten in een ‘welles-niets’-spelletje en niet vooruit geraken.

Als hulpverlener bij de bezoekruimte moet je steeds meerzijdig partijdig proberen te zijn, maar dat vind ik eerlijk gezegd niet altijd eenvoudig. Ik probeer altijd beide kanten te begrijpen, maar sommige ouders zijn zo vijandig, dat ik soms sneller geneigd ben om wat meer naar ‘het kamp’ van de andere ouder over te hellen.

Of soms voel ik dat ik mee heen en weer geslingerd word tussen twee ouders die mij aan hun kant proberen te krijgen. Ik moet toegeven dat ik het dan soms best moeilijk vind om in het midden te blijven staan. En ik denk dat hun kinderen zich vaak net zo voelen. En dan is het soms gewoon gemakkelijker om één kant te kiezen, wat kinderen dan in sommige gevallen ook doen om de situatie te kunnen uithouden.`


Het belang van het kind

Bij de bezoekruimte proberen we steeds in het belang van het kind te denken. Dat klinkt heel mooi, maar wat is ‘het belang van het kind’ eigenlijk? Dat is enorm moeilijk te bepalen. En het feit dat beide ouders daar vaak een totaal andere visie over hebben, maakt het er niet makkelijker op.

De hoofdvraag die ik me regelmatig bij onze werking stel is: is het in het belang van het kind om zijn beide ouders te kennen en er contact mee te hebben? Is het goed wat we doen? Ik kan daar geen eenduidig antwoord op geven. Natuurlijk bekijken we dit situatie per situatie. Soms zitten kinderen zo gekneld dat we inschatten dat het op dat moment niet in het belang van het kind is om aan contactherstel te werken. Maar over het algemeen proberen we toch altijd tot een vorm van contact te komen.

Het feit dat elke ouder (op enkele uitzonderingen na) wettelijk gezien recht heeft op persoonlijk contact met zijn kind, maakt het voor ons soms wat eenvoudiger. Dan valt er immers niet veel meer te discussiëren. Maar als hulpverlener kijk je natuurlijk vooral naar het emotionele welzijn van het kind en de ouders, en dat is helaas minder zwart-wit.

Persoonlijk denk ik inderdaad dat het goed is voor kinderen om hun beide ouders te kennen, aangezien zij natuurlijk een creatie van hen beide zijn. Ik denk dat het voor de vorming van een eigen identiteit goed is om beide ouders te kennen. Bovendien ben ik er van overtuigd dat geen enkel kind het fijn vindt om het gevoel te hebben in de steek gelaten te zijn door één van beide ouders. Anderzijds doen sommige ouders hele foute dingen, die een negatieve invloed hebben op hun kinderen. En dan wordt het natuurlijk moeilijk om de voor- en nadelen van contact te gaan afwegen.

 

Knopen doorhakken

Ondanks dat we niet altijd weten wat het beste is, moeten we als hulpverlener bij de bezoekruimte toch regelmatig knopen doorhakken. En laat dat nu net iets zijn waar ik niet zo goed in ben Wel of niet de stap naar een buitenbezoek zetten? Wel of niet een gezamenlijk gesprek met beide ouders organiseren? En betrekken we de stiefouder hier wel of niet bij?

De ene ouder wil het zo, de andere wil het anders. Dan moet je als hulpverlener soms gewoon zelf een beslissing maken. En daarbij kan je helaas nooit voor iedereen goed doen. Wat we soms wel doen als we merken dat we niet tot een overeenkomst tussen de ouders komen, is de ouders terug naar de rechtbank sturen. Dan kan de rechter de knoop voor ons doorhakken

Bovendien moeten we beslissingen maken waarvan we meestal niet kunnen voorspellen welk effect ze zullen hebben. Een voorbeeld: een vader heeft een brief geschreven voor zijn dochter, die ze samen met mij zou lezen. Maar nu komt ze niet meer naar de bezoekruimte. Ze wil de brief eventueel wel lezen, maar ze wil er niet voor naar de bezoekruimte komen. Zouden we die brief dan wel of niet naar haar opsturen?

Dit klinkt in eerste instantie misschien niet zo moeilijk, maar als je er verder over nadenkt zijn er zowel voor- als nadelen. De brief kan bijvoorbeeld gebruikt worden in de strijd, kan verkeerd geïnterpreteerd worden en nog diepere wonden slaan, kan op Facebook gedeeld worden om de vader uit te lachen en hem nog dieper de put in duwen… Maar als we hem niet opsturen, missen we misschien wel de kans om een eventuele deur te open naar de ouder toe, voor nu of voor later. Misschien heeft het kind de moed of durf niet om hem te komen lezen, maar kan er toch weer een opening komen als we de brief opsturen? We weten het niet. En toch moeten we kiezen. En kiezen is altijd een beetje verliezen

 

Controleren

Nog iets waar ik moeite mee heb: mensen controleren. Ik draag respect voor anderen en zelfredzaamheid hoog in het vaandel. Ook vind ik dat ouders zelf verantwoordelijk moeten en mogen zijn voor hun kind. Wij kunnen wel onze ideeën delen, voor- en nadelen van iets met hen afwegen, maar uiteindelijk vind ik dat zij zelf de verantwoordelijkheid dragen. Maar toch hoort het soms bij onze job om ouders te controleren. Soms moeten we bijvoorbeeld alcohol- of drugstests afnemen bij ouders voordat ze hun kind komen bezoeken, of het paspoort van een kind bijhouden zodat een ouder niet met het kind kan vluchten, of checken of een vader het autostoeltje wel bij zich heeft…

Soms moeten we ook tijdens de gesprekken wat ‘controlerend’ zijn over het persoonlijke leven van ouders. Bijvoorbeeld naar een dokter bellen om te ‘controleren’ of een vader met neurologische problemen wel voldoende in staat is om een dag alleen voor zijn zoon te zorgen, of ‘controleren’ of een vader effectief dakloos is. En dat terwijl de ouder in kwestie zelf aangeeft dat hij in staat is om voor zijn kind te zorgen. Natuurlijk hebben ouders zo’n groot verlangen om hun kind bij hen te hebben dat ze bepaalde moeilijkheden misschien niet onder ogen willen zien, maar anderzijds vind ik dat we soms ook wat te betuttelend zijn en dat we ouders soms eens met hun kop tegen de muur mogen laten lopen, in de hoop dat ze nadien wel gaan inzien wat het probleem is.

 

Dus of werken bij de bezoekruimte echt voor mij is weggelegd? Ik weet het niet. Enerzijds vind ik het erg boeiend en afwisselend, anderzijds heb ik soms het gevoel dat het op bepaalde vlakken indruist tegen mijn principes. Maar net daarom is het des te meer een job waar ik veel van kan leren. Ik kom mezelf meermaals tegen en kan er erg onzeker van worden, maar ik word me ook steeds bewuster van mijn valkuilen en kwaliteiten en ontdek stilaan wat ik wel en niet zoek in een job. En ik heb gelukkig hele lieve collega’s die me steunen en met wie ik mijn twijfels en frustraties gewoon kan delen. En die beslissingen voor mij maken wanneer het nodig is Ik denk dat het twee kanten uit kan: ofwel krijg ik op de duur een dégoût van het werk, ofwel groei ik er stilaan steeds meer in en vind ik mijn eigen manier om met deze situaties te werken. Ik ben benieuwd!

6 reacties

  1. Lenie

    12 augustus 2017 at 12:00

    Knap geschreven Kim! Een en al waarheid denk ik

  2. Guy

    15 augustus 2017 at 17:50

    Interessante inkijk in een moeilijke job.

  3. Geertrui

    16 augustus 2017 at 11:39

    Goh Kim…. ik voel me hélemaal diep geraakt door jouw artikel.Het is zo mooi verwoord wat ik ook diep vanbinnen voel en oh zo herkenbaar is. Wat ben jij een rijkdom voor de bezoekruimte ! Veel succes verder in jouw zoektocht ;-).

  4. Ciska

    18 augustus 2017 at 12:05

    Hey Kim
    Heb je al eens gehoord van de SCHIP-methode?
    Ik volgde er onlangs een presentatie over en het lijkt me misschien wel toepasselijk op jouw werk in de bezoekruimte!

    1. Kim

      18 augustus 2017 at 13:11

      Oh nee daar had ik nog niet van gehoord, ik ga het meteen eens opzoeken! Bedankt! En als je er nog info over hebt mag je die gerust eens doormailen

Laat hier een reactie achter