Hoe kan het beter in de psychiatrie?

In mijn vorig artikel beschreef ik enkele hiaten in de huidige psychiatrie, gebaseerd op het boek ‘Uitgedokterd’ van ervaringsdeskundige Brenda Froyen. Maar Brenda klaagt niet enkel het huidige systeem aan, ze ging ook op zoek naar oplossingen, naar manieren voor verbetering. En dat hoeven niet altijd grote dingen te zijn, soms kunnen kleine aanpassingen ook al veel betekenen. Ze bundelde ideeën van verschillende personen en organisaties die reeds op een andere manier werken, en putte uit haar eigen ervaringen. Ik vind dat ze erg interessante inzichten aanreikt en daarom wil ik dit graag met jullie delen.

Verbinding maken

Om te beginnen kan het al helpen als hulpverleners vanaf het moment dat de patiënt in de psychiatrie of op de spoedafdeling binnenkomt, proberen om contact te maken met de patiënt. Ook wanneer de patiënt verward of misschien zelfs agressief is. Het is de taak van de hulpverleners om de patiënt trachten te vertragen en trachten te achterhalen wat die persoon nodig heeft.

Wat ook belangrijk is, is professionele nabijheid. Dat begint al in de letterlijke zin van het woord: in plaats van een apart verplegingslokaal, zijn de verpleegkundigen fysiek aanwezig bij de patiënten. Maar naast fysiek aanwezig zijn is ook emotionele betrokkenheid een belangrijke factor. Brenda merkte dat hulpverleners vaak nogal vanop een afstand naar de psychiatrische patiënten keken, alsof ze beter waren dan hun patiënten. Maar in psychiatrische opleidingen wordt vaak zelfs aangeleerd om afstand te bewaren. De hulpverlener leert dat hij zich niet kwetsbaar mag opstellen, dat hij sterk, stressbestendig en rationeel moet zijn. Dat hij de problemen van zijn patiënten niet mee naar huis mag nemen.

De Nederlandse psychiater Remke van Staveren en psychologe Clara Koek vormen hier een uitzondering op. Zij kwamen met hun eigen kwetsbaarheid naar buiten en zetten deze net in als kracht in hun werk. Ze zetten hun eigen ervaring in om anderen te kunnen helpen.

De therapeutische relatie

Brenda benadrukt ook het belang van psychotherapie en een goede therapeutische relatie. Verbinding maken met de patiënt is hierbij al een goede basis. Vaak is een klik met een hulpverlener het begin van herstel. Het is belangrijk om een klankbord te hebben, iemand die onbevooroordeeld naar je luistert, iemand die je helpt om van je kwetsbaarheden of eigenaardigheden net krachten te maken. Iemand die probeert het niet meteen te begrijpen, maar echt luistert. Dat is iets wat je in het dagelijkse leven niet zo snel meer tegenkomt. Mensen zeggen vaak goedbedoeld dat ze ook zoiets hebben meegemaakt of dat ze iemand kennen die zoiets heeft gemaakt, en dat het wel goedkomt. Maar daar heb je op dat moment vaak geen boodschap aan.

Volgens psychiater Jim van Os doet het er niet toe hoe lang je gestudeerd hebt, maar wel welke relatie je hebt met de persoon. Het is wetenschappelijk aangetoond dat hulpverleners die vooral werken op basis van relaties, goede resultaten boeken. Brenda vond uiteindelijk een psychoanalytische psychiater met wie het klikte, en met wie ze haar psychoses ontleedde. Daaruit bleek dat er een terugkerend thema in zat, dat gelinkt was aan Brenda’s verleden en huidige situatie. Daar werd in de psychiatrie niet bij stilgestaan.

Transparantie

Ook transparantie is een belangrijke factor. Patiënten moeten weten waar ze aan toe zijn en wat er – ook zonder hun aanwezigheid – gebeurt. Zo zouden ze de verslagen over zichzelf gewoon moeten kunnen meelezen en zouden ze bij hun teambespreking aanwezig moeten kunnen zijn.

Ook hun keuzemogelijkheden zouden duidelijk moeten zijn. Hulpverleners zouden de voor- en nadelen van verschillende alternatieven kunnen belichten, maar de keuzes aan de patiënt zelf kunnen laten of in overleg maken. Op die manier wordt de patiënt in zijn eigenwaarde gelaten en kan hij zelfredzaam zijn.

Familie betrekken

Het nauw betrekken van de familieleden van de patiënten is volgens Brenda ook erg belangrijk. Familie zou op elk moment welkom moeten zijn. In een aantal ziekenhuizen zijn er nu al familiekamers met overnachtingsmogelijkheden voor familieleden.

Bovendien kan de familie ook helpen bij het herstel. De familie kent de patiënt uiteindelijk het best. Het is belangrijk om informatie en eventueel zelfs advies bij hen in te winnen in plaats van enkel éénrichtingsrichtingsverkeer.

Het betrekken van de familie is volgens Brenda ook een vereiste om goede nazorg mogelijk te maken. Want na de opname, zijn de familieleden diegenen die de patiënt verder moeten ondersteunen. Zij moeten dus handvaten krijgen hoe ze hier best mee kunnen omgaan. Wanneer de patiënt terug naar huis gaat, moet de thuissituatie daarop voorbereid zijn.

Politiek beleid

Ook op politiek vlak is er nog veel ruimte voor verbetering van de geestelijke gezondheidszorg. In België gaat slechts 6% van het gezondheidsbudget naar de geestelijke gezondheidszorg. Dat is belachelijk weinig. Veel psychische zorg wordt niet terugbetaald. Bovendien lijken mensen hun weg moeilijk te vinden in de hulpverlening. Het is belangrijk dat er goed wordt ingezet op eerstelijnszorg die makkelijk toegankelijk is.

Een ander probleem is dat (ex-)psychiatrische patiënten na hun opname vaak geen werk meer vinden. Dit komt onder andere door het taboe dat nog steeds leeft, maar ook omdat er vaak geen aangepast werk voorzien wordt. Deeltijds werken of wat meer ondersteuning zijn niet altijd mogelijk. Mensen met een psychiatrisch verleden worden in onze maatschappij nog vaak gediscrimineerd. Zo betalen zij bijvoorbeeld ook meer voor het afsluiten van levensverzekeringen en hospitalisatieverzekeringen. Een psychische ziekte is bijvoorbeeld ook geen afdoende reden om reis te annuleren. Bovendien is er ook een groot onderscheid tussen somatische en psychische ziekten bij de terugbetaling van ziekenhuisopnames.

Maatschappelijke visie

Maar ook in onze maatschappij moet er iets veranderen, en daar kunnen we allemaal ons steentje toe bijdragen. Want er leven nog vaak taboes rond psychiatrische ziekten. Veel mensen zijn bang voor het onbekende en vreemde, dus ook voor verwarde mensen die ‘rare dingen’ doen. En zolang dit blijft bestaan, is het ook moeilijk voor mensen met een psychiatrische ziekte om te functioneren in de maatschappij. Ze worden vaak niet aanvaard, niet begrepen. Er wordt vaak ook weinig moeite gedaan om naar hun verhaal te luisteren, mensen hebben hun oordeel vaak al klaar.

Als we pleiten voor minder residentiële zorg, wil dat zeggen dat er meer ‘gekke’ mensen in de maatschappij leven. En dan moeten we daar ook mee om kunnen. We moeten leren weer gesprekken te voeren en te luisteren naar elkaar, en kwetsbaarheid kunnen toelaten. Maar we leven tegenwoordig in een erg egoïstische maatschappij, waar het belang van het individu op de voorgrond staat. Bovendien heerst er een leukigheidscultuur, waar weinig plaats is voor moeilijke momenten, voor verdriet. In onze maatschappij wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen ‘winners’ en ‘losers’. Er wordt opgekeken naar ‘succesvolle’ mensen, die hard werken, veel geld verdienen, alles voor elkaar hebben. Mensen die beslissen het wat rustiger aan te doen of hun kwetsbaarheid tonen worden al snel als zwak gezien.

Kwetsbare mensen worden vaak zo goed mogelijk ‘klaargestoomd’ voor een reïntegratie in de maatschappij. Ze moeten leren weer met de drukte van het leven om te kunnen. Maar misschien moeten we in plaats daarvan net de omgeving klaarstomen zodat psychisch kwetsbare mensen erin kunnen stappen zoals ze zijn. Ze hebben het immers al moeilijk genoeg.

Het taboe doorbreken

Brenda gelooft net als ik dat herkenbaarheid stigmadoorbrekend kan werken. Wanneer je je kan identificeren met iemand anders die iets gelijkaardig meegemaakt heb, voel je je minder alleen. En net daarom is het belangrijk dat je je verhaal deelt.

De beste therapie was voor Brenda het schrijven van haar eerste boek, waarin ze het verhaal over haar psychose in geuren en kleuren verteld heeft. Daarmee heeft ze zelf het stigma doorbroken, onder eigen naam, met haar eigen foto op de cover. Dit werkte voor haar helend. Ze praat nu heel openlijk over haar psychiatrisch verleden en merkt dat openheid meer openheid creëert, en vooral ook begrip.

Dit wordt ook bevestigd door onderzoek van de Vlaamse psychiater Kirsten Catthoor. Door mensen net bloot te stellen aan mensen met een psychische kwetsbaarheid in plaats van ze er van weg te houden, zullen de irrationele angsten die leven ook verminderen. Mensen gaan zelf ervaren dat ze niet bang hoeven te zijn eens ze mensen met een psychische kwetsbaarheid echt leren kennen.

In de media horen we helaas vooral horrorverhalen over mensen met een psychiatrische ziekte, maar er zijn ook veel succesverhalen, en die zouden ook gedeeld moeten worden. Ook bij hulpverleners heerst er soms nog een taboe en worden patiënten soms afgeschreven, het is een wij vs. zij verhaal. Daarom is het belangrijk dat hulpverleners ook verhalen horen van patiënten met wie het wel goedgekomen is.

Brenda haalt ook het belang van ervaringsdeskundigen en online community’s aan, waarbij lotgenoten elkaar kunnen leren kennen en ervaringen kunnen delen, waardoor ze zich minder alleen en abnormaal voelen.

Anders omgaan met diagnoses

Volgens Brenda en de Nederlandse psychiater Jim van Os moet er ook anders worden omgegaan met psychiatrische diagnoses. Het is vooral belangrijk dat er aandacht is voor de individuele complexiteit van psychiatrische ziekten. Ieder mens is anders, en ook iedere psychiatrische ziekte is anders. Het is ook belangrijk om de samenhang van de ziekte met de context te bekijken, want die speelt vaak ook een grote rol.

Volgens (anti)psychiater Jim van Os bestaan heel wat psychische ziekten zelfs niet, aangezien er geen biologische bewijzen voor zijn. Hoewel hij zelf psychiater is, stelt hij de meerwaarde van psychiaters in vraag. Psychiaters leren over diagnoses en biologische systemen in de hersenen, maar is dat wel relevant voor het dagelijkse werken met mensen met een psychische kwetsbaarheid?

Daarom kunnen we eigenlijk beter spreken over concrete symptomen en klachten dan over ‘allesomvattende’ diagnoses. Het is belangrijk om patiënten te vragen naar hun individuele beleving. Jim van Os pleit voor ‘diagnostiek’ aan de hand van het stellen van vier vragen aan de cliënt: ‘Wat is er met je gebeurd?’, ‘Wat is je kwetsbaarheid en je weerbaarheid?’, ‘Waar wil je naartoe?’ en ‘Wat heb je nodig?’. Op die manier kunnen we mensen gericht en op maat helpen.

Jim van Os pleit ook voor een lijstje van maximum 15 brede syndromen zoals angst, dwang, depressie, psychose, enzovoort. Die syndromen zijn te breed voor stigmatisering. Van Os bespreekt dit alles uitvoerig in zijn boek ‘De DSM-5 voorbij. Persoonlijke diagnostiek in een nieuwe ggz.’ Misschien schaf ik dit wel eens aan!

Maar Jim van Os is niet de enige, ook Stijn Vanheule en Paul Verhaeghe uiten kritiek op de DSM. Verhaeghe geeft aan dat de validiteit en betrouwbaarheid van de DSM beneden alle peil zijn. Diagnoses worden vaak bepaald door mensen die banden hebben met de farmaceutische industrie. Toch gelooft hij ook niet dat de oorzaken volledig in de context schuilen. Het is een complex biopsychosociaal model waarbij biologische, psychologische en sociale factoren niet van elkaar los te maken zijn. Het is een combinatie van opvoeding, omgeving en hersenen.

Getrapt veiligheidssysteem

Bovengenoemde aspecten kunnen er al voor zorgen dat het aantal isolaties sterk daalt. Maar wanneer het toch zou escaleren, kan men nog steeds overgaan tot een veiligheidsmaatregel, maar dan liefst via een getrapt systeem in plaats van meteen over te gaan tot dagenlange isolatie. Zo werkt men in GGz Breburg (Nederland) bijvoorbeeld al. Wanneer de patiënt onrustig is laten ze hem eerst naar de eigen kamer gaan. Als dit niet voldoende is, naar een afgesloten studiootje waar de patient één-op-éénbegeleiding krijgt. De laatste stap is een extra beveiligde kamer, maar die moeten ze zelden gebruiken. Die kamer heeft bovendien een toilet en drinkfonteintje, en er is een groot raam dat uitkijkt op de tuin. De patiënt heeft er zelf controle over het lichtknopje en er is voortdurend iemand in de buurt die over de patiënt waakt. Door op zo’n manier te werken is er vaak ook minder dwangmedicatie nodig.

Respect voor de privacy van de patiënten is ook erg belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld door geen raampjes in de kamerdeuren te zetten. Vaak worden er maatregelen getroffen om alle risico’s te vermijden, maar in plaats van de ‘better safe than sorry’-mentaliteit werkt het motto ‘wie vertrouwen geeft, krijgt vertrouwen’ veel beter.

En zelfs al is er geen andere mogelijkheid dan dwang, dan nog zouden ze kleine dingen kunnen doen die het menselijker zouden maken: afzondering zo kort mogelijk houden en de tijdsduur ook communiceren, want onwetendheid wekt onmacht en agressie op. Brenda vindt het ook belangrijk dat mensen zich veilig voelen wanneer ze dan toch geïsoleerd worden. Dat kan bijvoorbeeld door een hulpverlener, of nog beter een familielid of vriend, aanwezig te laten zijn in de isoleerkamer. Zeker wanneer de patiënt toch vastgebonden wordt, is er geen risico dat de patiënt die persoon iets zou aandoen. En als dat niet kan, dan zou wat muziek, een boek of wat sfeerverlichting ook al veel kunnen doen.

In psychiatrisch ziekenhuis Alexianen in Tienen worden de principes van geweldloos verzet gehanteerd. Ze gaan er van uit dat geweld alleen maar tegengeweld oproept en behandelen de patiënten dus op een geweldloze manier.

Ook zijn er plaatsen waar patiënten samen met een hulpverlener een crisiskaart kunnen maken, waar ze in kaart brengen wat de patiënt wel of niet kan helpen in geval van acute crisis.

CHIME-principes

Samengevat kunnen we stellen dat er enkele principes van groot belang zijn om tot persoonlijk herstel te komen. Want een persoonlijk herstel is zoveel meer dan een klinisch herstel waarbij men symptoomvrij is. Onderstaande ‘CHIME-principes’ worden ondersteund door onderzoek. Ik had hier nog nooit van gehoord, maar kan me er zeker in vinden.

  • Connectedness (verbondenheid): ingebed zijn in een sociale context (vrienden, kennissen, familie) waarop je kan terugvallen, en misschien ook verbondenheid voelen bij hulpverleners of lotgenoten.
  • Hope (hoop): de hoop en het geloof dat je – ondanks je ziekte – nog doelen kan nastreven en realiseren. Een positieve mindset dus in plaats van dokters die zeggen dat je nooit meer zal kunnen werken en levenslang medicatie zal moeten slikken
  • Identity (identiteit): werken aan een positief zelfbeeld en doorbreken van het (zelf)stigma dat de patiënt reduceert tot zijn ziekte.
  • Meaning (betekenis): je leven terug betekenis en zin geven.
  • Empowerment (zelfredzaamheid): inspraak hebben in je herstelproces, zelf keuzes mogen maken, de verantwoordelijkheid weer (deels) bij de patiënt zelf leggen, benadrukken van wat de patiënt wel nog kan i.p.v. wat hij niet meer kan.

Brenda vernoemt ook het boek ‘Herstellen kan je zelf’ van psychologe Chantal Van Audenhove, waarin 26 mensen met een psychische kwetsbaarheid gevraagd werd wat maakte dat hun herstelproces slaagde of net niet. Daaruit bleek dat vooral de CHIME-principes naar voor kwamen. Toch was dit voor iedereen anders, wat aantoont dat diversiteit en individualiteit ook erg belangrijk zijn.

Er zijn ook reeds enkele programma’s die gebaseerd zijn op deze CHIME-principes, zoals ‘Open Dialogue‘ uit Finland en ‘Healing Homes‘ uit Zweden.

Hoop

Volgens Brenda is er geen krachtiger middel dan hoop. Hoop dat, hoe zwaar je rugzak ook is, je ermee op weg kunt gaan, nieuwe horizonten kan verkennen. Een goede hulpverlener brengt hoop,  gelooft in de patiënt. Hoop doet leven.

En ik denk dat er hoop is. Want ondanks dat er nog veel werk aan de winkel is, las ik in het boek van Brenda ook dat er al heel wat initiatieven zijn om van dwang naar veerkracht te gaan in de psychiatrie. Ik heb ook de indruk dat psychiatrische problemen steeds meer bespreekbaar worden. Het feit dat Brenda en met haar nog een heleboel anderen zich hiervoor inzetten, geeft ook hoop. Ikzelf heb geen ervaring met de psychiatrie, niet als patiënt en niet als hulpverlener, maar ik vond het toch een belangrijk thema om aan te kaarten. Ik hoop dat jullie er wat uit kunnen halen, en misschien ook hoop gekregen hebben.

4 reacties

  1. Yves Coene

    5 november 2017 at 17:57

    Dag Kim, ik lees graag je interessante boekbesprekingen en nabeschouwingen. Alhoewel ik er niet altijd mee eens ben (omwille van de realtiteitstoetsing in de psychiatrie…tijd…budget, etc.)…vind ik het nog altijd zinvol om hieromtrent toch even te praten.
    ALLE voorstellen die je voorstelde in je artikel bestaan reeds minstens 70 jaar door Carl Rogers. Rogers is nog steeds de toonaangevende therapeut die het belang van de therapeutische relatie onderstreepte als essentieel element in het herstelproces van cliënten. Ik snap de psychiatrisch verpleegkundigen wel die zich niet CONTINU in de belevingswereld kunnen verplaatsen, afstand en nabijheid!!!!!
    Wij als psychologen kunnen op individuele basis mensen ontmoeten, zij doen dit uren per dag!
    Een interessante insteek…Prouty: http://www.scriptiebank.be/scriptie/2005/het-gebruik-van-contactreflecties-hoe-ik-contact-heb-proberen-te-maken-met-gert-en

    Yves

    1. Kim

      5 november 2017 at 18:06

      Hey Yves, bedankt voor je input! Ik ga het zeker eens lezen. Ik denk dat het werk in de psychiatrie zeker niet te onderschatten is en ik weet niet of ik het zou kunnen. Als het allemaal zo simpel zou zijn was het waarschijnlijk wel al lang opgelost Maar toch denk ik dat het belangrijk is om erover te blijven nadenken. Ik heb er zelf geen ervaring mee dus vind het ook moeilijk om me erover uit te spreken, maar ik denk toch dat er door het gedachtegoed aan te passen al veel kan veranderen. Bovendien is wat ik beschrijf gebaseerd op de boeken van Brenda, die gedwongen opgenomen geweest is in de psychiatrie omwille van een psychose, wat natuurlijk niet helemaal te veralgemenen is naar de hele psychiatrie… Het is dus zeker te nuanceren, maar het is wel de kijk van iemand die het meermaals van dichtbij meegemaakt heeft en dat vind ik wel erg waardevol.

  2. Van der Borght Guy

    3 december 2017 at 14:36

    Dag, Kim,
    Interessante bespreking. Ik ben Guy Van der Borght, getrouwd, vader van 3 kinderen, ik heb 7 psychoses meegemaakt. Eerste periode 5 psychoses in vier jaar tijd rond mijn zeventien jaar. Herstel of er iets meedoen was in die tijd onbestaande. Gevolg een stiekem potje met gevoelens (van onder frustatie omdat ik mijn talenten niet volledig heb kunnen benutten (van de hoogste richting in middelbaar onderwijs afgezakt naar de laagste richting).

    Tweede situatie rond mijn 45 jaar (2015) verbouwingen, longonsteking vrouw, burn-out vrouw, geheugenstoornis moeder. Dus terug een psychose.

    Derde situatie gestopt met medicatie binnen de maand terug een psychose (2017).
    In oktober op gesprek met psychologe kaart ik het geheime potje met ongenoegen aan. Zij trekt dit open van je zou hier een cursus kunnen volgen, daar een opleiding therapeut, loopbaanbegeleiding…
    ’s Avonds hadden ze al door dat er terug een psyhose op komst was. Doordat we drie dagen de dokter niet hebben kunnen bereiken van het ziekenhuis, kon ik niet anders dan proberen de psychose zelf te onderdrukken.
    Dit is gelukt met volgende vier kapstokken ik weet welke persoonlijke kenmerken er psychosegevoelig zijn, ik heb hier oplossingen voor, ik ken het patroon van een psychose, ik ken de rol van het potje (van rond mijn 17jaar).

    Ik ben er steeds meer van overtuigd dat gevoelens of een trauma vanuit het verleden een zeer grote rol kan spelen bij het onstaan van psychose. Als het in het dagelijks leven te druk wordt door omstandigheden komt er druk op die onverwerkte gevoelens en pats psychose is daar.
    Daarom hou ik een warm pleidooi aan hulpverleners in de psychiatrie noteer wat je iemand hoort vertellen in volle crisis (dit zijn gevoelens, die ongecensureerd vanuit het binnenste naar boven komen).
    Als je ziet dat er persoonlijke eigenschappen zijn, die een bepaald ziektebeeld uitlokken schrijf dit op.
    Dit zijn gegevens die het werk voor psychologen achteraf makkelijk maken om iemand, tijdens het herstel te begeleiden.
    Aan psychologen zou ik willen vragen om goed te observeren, het is niet omdat er bepaalde zaken naar boven zijn gekomen dat hieronder geen vast gelopen gevoelens meer kunnen zitten.

    1. Kim

      3 december 2017 at 14:43

      Bedankt voor je reactie Guy, ik denk dat we veel van ‘ervaringsdeskundigen’ kunnen leren. Het lijkt me wel interessant om je eens telefonisch te interviewen voor mijn rubriek ‘ervaringen met de ggz’. Ik stuur je een mailtje hierover.

Laat hier een reactie achter